![]() |
![]() |
||||||||
![]() |
![]() |
||||||||
|
Babelut studiedag in Neerpelt, 5 maart 2010. Dit jaar stond de studiedag van Babelut in Neerpelt (België; net over de grens bij Eindhoven) helemaal in het teken van de ‘Music Learning Theory’ van Edwin E. Gordon. Deze manier van muziek voor jonge kinderen wordt in Nederland zeer sporadisch toegepast. Wel is de interesse groot om de horizon te verbreden op het gebied van muziek en het jonge kind, wat bleek uit de opkomst van zeker 80 mensen, waarvan ook een groepje MoS-docenten uit Nederland. Dr Wilfried Gruhn en Susanne Falk van het Gordoninstituut Freiburg vulden de hele studiedag in met lezingen en workshops. De ontwikkeling van het brein ligt aan de basis van deze theorie. De hoeveelheid neuronen ligt vast, maar door een gevarieerd aanbod, de groei en de ontwikkeling ontstaan er steeds meer verbindingen tussen die neuronen; de synaptische connecties. De piek hiervan ligt rond het 3e levensjaar. Door op muzikaal gebied zoveel mogelijk aan te bieden en te laten ervaren via het lijf ontstaan er volgens Gordon vele verbindingen. Het is volgens hem dus van belang om te beginnen met een groot scala aan toonaarden, maatsoorten en ritmes aan te bieden. Inclusief onregelmatige maatsoorten, ritmeopeenvolgingen- en patronen en kerktoonsoorten. Wat niet duidelijk werd tijdens deze dag is hoe dit verder -op een bij het kind en de ontwikkeling passende manier- moet worden aangepakt zodat het wordt verankerd in de hersenen, waar het bij de Music Learning Theory om gaat. Bijvoorbeeld wat er van het kind aan reactie werd verwacht en of het kind ook een echt actieve rol krijgt. Dit lieten Gruhn en Falk in de demonstratieles zien: er kwam een locale dreumesgroep van het kinderdagverblijf. Ze demonstreerden samen hoe dit in zijn werk gaat. Enkel de begroeting en het afscheid nemen bevatte tekst, verder werd alles gezongen op de neutrale en voor jonge kinderen eenvoudige klank “jabada”. Vaak prachtige melodiën, speelse opeenvolgingen van ritmes en klanken, ondersteunt door armbewegingen of motorische activiteiten die de kinderen soms konden vangen in hun interesse. Het was te merken dat deze groep dit niet eerder heeft gedaan en er niet bekend mee was, waardoor de demonstratie voor ons niet liet zien wat dit doet met de kinderen. Een half uur lang “jabada” liet je ondanks de zeer gevarieerde toonaarden, ritmes en patronen toch echt verlangen naar een nieuwe klinker.. Het via het lijf leren kwam helaas niet voor in de demonstratieles of verder in de workshops. Afgelopen zomer heeft Dr Gruhn hier namelijk een zeer inspirerende lezing over gegeven tijdens de Europese conferentie MERYC. Het is natuurlijk maar 1 dag, terwijl een opleiding in deze technieken heel wat meer tijd in beslag neemt. Na de lunch gingen we zelf aan de slag in de workshops. Gruhn liet ons experimenteren met samenklank, Falk zet ons aan het bewegen. In de workshop van Falk ervaren we op verschillende leeftijdniveau’s de muziek verdeeld in toonaarden, ritmische componenten en maatsoorten. Wat wel opviel is dat er in deze workshops niet verwacht wordt van het kind dat het veel muzikaal zal reageren tijdens de bijeenkomst, maar dat het kind op een later tijdstip in vrije speeltijd dit zal uiten. Hier zag je een groot verschil en een andere werkwijze in vergelijking met de Muziek op Schoot-methode waarin we juist muzikale reacties uitlokken en kinderen muzikale succeservaringen willen laten opdoen. Waar we bij MoS de schudeieren voor ritmische activiteiten gebruiken, waren de schudeieren hier voor puur vrij spel en experiment en ter ondersteuning van de muziek van de docent. Ondanks de verschillen die we zagen viel ook zeker inspiratie op te doen. Ook in Muziek op Schootlessen vinden we het aanbieden van een breed muzikaal spectrum van belang. De aanpak daarin verschilt wel duidelijk. Zoals bijvoorbeeld het gebruik van onregelmatige maatsoorten die Gordon zeer nadrukkelijk ook aanbied, terwijl we binnen de MoS bij onze eigen cultuur starten, waarin dit niet voorkomt. Is de Music Learning Theory te integreren in de Muziek op Schoot-praktijk? Dat is aan jezelf als MoSdocent. Zelf heb ik de afgelopen jaren regelmatig experimenten met deze manier van werken gedaan die passen binnen onze Nederlandse cultuur. Eerlijk gezegd heb ik meer klanken gebruikt, maar wat ik heb uitgeprobeerd was grotendeels een succes en leidde tot veel muzikale reacties van de kinderen vanaf zeer jonge leeftijd. Het functioneert bij mij als een onderdeel tussen liedjes en gebruikelijke MoSactiviteiten. Plus dat een liedje kan leiden tot muzikale activiteiten zonder woorden, gebaseerd op melodische of ritmische patronen die in het lied voorkomen. Het is voor mij persoonlijk -en voor de kinderen en ouders- een mooi evenwicht binnen de les en een verrijking naast de gebruikelijke prachtige liedjes met tekst die we al gebruiken. Iedere deelnemer heeft het boek ‘A music learning theory for newborn and young children’ gehad en kan zich de komende tijd in de theorie verdiepen. Félice van der Sande |
|||||||||